Econvice
Leverancier van

Verlichting:

Veel mensen beseffen nauwelijks dat er veel energie verloren gaat aan verlichting. En toch is dit niet meer nodig. Er zijn voldoende alternatieven voor de klassieke vormen van verlichting.
Om te beginnen moeten we onderscheid maken tussen een warmtestraler en een lichtstaler.
Een warmtestraler gaat een draad doen gloeien (vandaar een gloeidraad en dus ook een gloeilamp), door de stroom doorheen deze gloeidraad te laten vloeien. De hitte is zodanig intens, dat er licht vrijkomt. Dit principe is sinds de uitvinding van de gloeilamp nauwelijks gewijzigd bij de gloeilamp. Er wordt amper 5% omgezet in licht, de rest is verlies onder de vorm van warmte. We kunnen dus niet spreken van een rendabele vorm van verlichting. Verlichting is niet gemaakt om uw woning te verwarmen.

Een andere vorm van de gloeilamp is de halogeenspot. Het is een groot misverstand dat deze lampen zuinig zijn. Een halogeenspot van 50Watt verbruikt effectief 50W, maar gaat meer licht opbrengen dan een gloeilamp van 50W. Hierdoor kan je een halogeenspot van bijvoorbeeld 35W plaatsen, waar je anders een gloeilamp van 50 of zelfs 75W zou moeten gebruiken.
Een halogeenlamp heeft enkele serieuze nadelen. Je moet voldoende ventileren, want er komt een enorme hoeveelheid warmte vrij. Brandwonden zijn dan ook niet uitzonderlijk bij deze (op het eerste zicht onschuldige) spotjes. Door de grote hitte is het risico op brand ook niet denkbeeldig. Kies je toch voor een halogeenspot, neem er dan eentje met beschermingsglas ervoor. Bij een explosie van de lamp gaan de gloeiende glasscherven in de spot blijven!

Je kunt daarentegen kiezen voor een lichtstraler. Hiervoor zijn enkele argumenten. Bijna alle elektrische energie wordt omgezet in licht i.p.v. warmte. Hierdoor zijn er veel minder verliezen en geen gevaren (verbonden aan warmte). De levensduur wordt hierdoor ook positief beïnvloed.
De TL-lamp (Fluorescentielamp of buislamp) is alom bekend en wordt gebruikt waar voldoende licht moet zijn. Opgepast als je werkt met elektrische gereedschappen (zoals een cirkelzaag). Door het stroboscopisch effect kan het lijken alsof de zaag stilstaat (aangezien een TL-map 50 keer per seconden aan en uit gaat). Telkens dezelfde tand omhoog staat gaat de lamp eventjes aan! Dit kan je vermijden door verschillende TL-lampen naast elkaar te plaatsen en op een andere fase aan te sluiten. Een TL-lamp is koud en geeft daglicht. Het nadeel van deze systemen is dat er met een balast wordt gewerkt, die in sommige omstandigheden kan grommen. Ook is een TL-lamp niet tuk om constant aan een uitschakelen. Het duurt ook enkele seconden vooraleer je licht hebt.

De spaarlamp
De spaarlamp is compact en kan op de meeste plaatsen worden ingeschakeld waar de traditionele gloeilampen zitten. De levensduur van een spaarlamp is vele malen hoger dan een gloeilamp en het verbruik ligt vaak lager, meestal tussen de 7 en 11W.
Spaarlampen zijn ook niet zo blij met constant aan en uitschakelen, dus gebruik ze op plaatsen waar ze langere tijd kunnen branden. Spaarlampen zijn verkrijgbaar in verschillende vormen en verschillende fittingen, behalve de MR16 (GU5.6). Het uitzicht benadert de gloeilamp. Een spaarlamp kan toch tot 650000 keer aan-en uitgeschakeld worden, in tegenstelling tot de algemene mythe dat ze hier niet tegen bestand zouden zijn. Een spaarlamp is een factor 5 keer zuiniger dan een gloeilamp die dezelfde hoeveelheid licht opbrengt.

Als we dus een gloeilamp gaan vergelijken met een spaarlamp, en we gaan ervan uit dat de hoeveelheid licht (het aantal lumen) hetzelfde moet zijn, dan spreken we over een factor 5.
Zo komen we tot de volgende vergelijking:
Gloeilamp 25W = Spaarlamp 5W = jaarlijkse besparing €3,94
Gloeilamp 40W = Spaarlamp 7W = jaarlijkse besparing €6,50
Gloeilamp 60W = Spaarlamp 11W = jaarlijkse besparing €9,66
Gloeilamp 75W = Spaarlamp 15W = jaarlijkse besparing €11,83
Gloeilamp 100W = Spaarlamp 20W = jaarlijkse besparing €15,77
Gloeilamp 120W = Spaarlamp 23W = jaarlijkse besparing €19,12
 
Hoe kan je het verbruik berekenen van een gloeilamp?
Vermogen gloeilamp = 60Watt
Aantal branduren = 3h/dag (=1095h/jaar)
Kostprijs elektriciteit = €0,18kWh
Energieverbruik = vermogen x tijd
60W x 3h/dag = 180 Wh/dag of 0,18kWh/dag
60W x 1095h/jaar = 65700Wh/jaar of 65,70kWh/jaar
Energiekost lamp = 65,70kWh/jaar x €0,18kWh = €11,826
 
Hoe kan je het verbruik berekenen van een spaarlamp?
Vermogen van de spaarlamp = 12W (Watt)
Aantal branduren = 3h/dag (=1095h/jaar)
Kostprijs elektriciteit = €0,18 per kWh
Energieverbruik= vermogen x tijd
12W x 3h/dag = 36 Wh/dag of 0,036kWh/dag
12W x 1095 h/jaar = 13140Wh/jaar of 13,14 kWh/jaar
Energiekost lamp = 13,14 kWh/jaar x €0,18kWh = €2,365
Verschil na één jaar = €11,826 - €2,365 = €9,461/jaar
De terugverdientijd is 1 jaar.
 
Toch enkele mythes en feiten op een rijtje over spaarlampen:

Spaarlampen gaan de wereld redden.
Neen, maar ze zullen wel bijdragen tot het dalen van het energieverbruik in woningen.
Spaarlampen hebben een langere levensduur.
Dat klopt. Er zijn wel verschillen tussen de merken. Het verschil zit vooral in het aantal branduren, gaande van 6000uren tot 15000uren. Gloeilampen hebben slechts een levensduur van ongeveer 1000 branduren.
Waar je op moet opletten met goedkopere spaarlampen.
De goedkopere spaarlampen hebben vaak een kortere levensduur. Duurdere spaarlampen gaan meestal langer mee en ze hebben vaak een hogere lichtopbrengst. Maar je moet vooral goed kijken op de verpakking, waar het aantal branduren staat op aangegeven.
In-en uitschakelen vermindert de levensduur.
Het is juist dat vaak aan en uitschakelen de levensduur van de lampen negatief gaat beïnvloeden. Maar ook de omgevingstemperatuur en het type voorschakelapparaat bepalen mee de levensduur. Je kunt wel een spaarlamp best gebruiken op plaatsen waar ze langer als 5 minuten moeten branden. In gangen of kelder zijn ze dus minder geschikt, aangezien ze daar maar gemiddeld 2 minuten of minder branden. Hier kan LED een oplossing bieden.
Op de verpakking staat bijvoorbeeld 6 jaar, maar de lamp is eerder stuk.
Dit is best mogelijk, als deze 6 jaar gebaseerd zijn op een gemiddeld gebruikt van 3 uren per dag. Indien de lamp meer dan 3 uren brandt, kan het zijn dat ze sneller stuk gaat. Staar je niet blind op het aantal jaren, maar kijk gewoon na hoeveel branduren de lamp krijgt.
Spaarlampen verbruiken meer elektriciteit bij het ontsteken, dus laat je ze beter permanent branden.
Bij spaarlampen verhoogt de startstroom (powerspike), maar die duurt slechts ca. 170ms (0,17 seconde) en is zelfs te klein om door de teller gemeten te worden. De hoeveelheid ontstekingen (aan en uitschakelen) heeft dus GEEN invloed op het energieverbruik. Trouwens, de zuinigste lamp is er nog altijd eentje die NIET brandt!
Spaarlampen geven geen mooi licht.
Spaarlampen zijn compacte TL-lampen (fluorescentielampen). Qua eigenschappen gelijken ze dan ook sterker op een TL-lamp dan op een gloeilamp. Maar de laatste generatie spaarlampen zijn ondertussen evenwaardig aan de gloeilamp.
Spaarlampen vervang je best door LED’s.
Niet juist. Spaarlampen zijn op dit ogenblik nog altijd de beste vervanging van gloeilampen. LED is vooral geschikt om halogeenspots mee te vervangen. Een gloeilamp en een spaarlamp strooien namelijk het licht rond, terwijl een halogeenspot en een LED meer gebundeld licht produceren. Deze laatste zijn dan vooral geschikt als accentverlichting (leeslamp, schilderij belichten, trap verlichten etc).
Spaarlampen zijn ecologisch.
Spaarlampen zijn een goede stap voorwaarts wat energieverbruik betreft, maar ze bevatten ook giftige stoffen, zoals kwik. Het is dan ook belangrijk dat je de afgedankte spaarlampen niet in de prullenmand gooit, maar naar het containerpark brengt voor recyclage. Er bestaan gespecialiseerde firma’s die alle giftige stoffen kunnen verwijderen en opslaan voor hergebruik. Dus de spaarlamp moet na haar verbruik bij het KGA (Klein Gevaarlijk Afval).
Spaarlampen kan je niet dimmen.
Toch wel. er zijn verschillende types spaarlampen die je nu traploos kunt dimmen. Je kan zelfs gebruik maken van een klassieke dimmer.
Spaarlampen zijn niet meer nodig, want er zijn nu al energiezuinige halogeenlampen.
De laatste generatie halogeenlampen kunnen we zuiniger zijn, maar het blijven warmtestralers en daardoor zijn ze niet interessant. Het gemiddeld verbruik ligt nog altijd hoger dan een spaarlamp, die op zijn beurt dan weer meer verbruikt dan een LED. Bovendien moet je meerdere halogeenspots aanschaffen (het licht is sterk gebundeld) om dezelfde oppervlakte te verlichten, waardoor het totale verbruik nog meer stijgt.
Spaarlampen zijn ongezond.
Er wordt beweerd dat spaarlampen ongezond zijn. Ten eerste komen de giftige stoffen alleen vrij als de lamp gebroken is. Ten tweede zijn er andere stoffen in huis die veel schadelijker zijn, zoals roken in huis, geurkaarsen, luchtverfrissers, , open haard etc…
Bijna alle stoffen die een geur hebben bevatten schadelijk stoffen, zoals PAK’s (polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen).

LED-verlichting.
LED-spots zijn er nu ook al in alle maten en uitvoeringen, gaande van de standaard gloeilamp-fitting (E27), halogeenspot fitting op 230V (GU10), halogeenspot op 12V (GU5.3) en de kaarslampfitting (E14). Opgelet, wij hebben nog weinig uitvoeringen gevonden om een halogeen-capsule (zoals het lampje van een diaprojector, dus zonder spotbehuizing) te vervangen door een LED-capsule.
Voor de halogeencapsule G9, G6.35 en G4 zijn dus voorlopig nog maar weinig LED-capsules beschikbaar. Elke LED-spot is trouwens voorzien van de nodige elektronica (sturing). In een capsule is daar gewoon geen plaats voor, dus de vorm is automatisch anders!

Heeft u nog een luster (armatuur) met halogeen-capsules, dan is het misschien zinvol om een armatuur te kopen voor halogeen-SPOTS (dus ook LED-SPOTS). Opgelet, je koopt beter een 230V armatuur waar GU10 LED-spots in passen, aangezien sommige armaturen met een adapter (12V voor de GU5.3) na een half uur beginnen te flikkeren (de LED-spots verbruiken te weinig stroom) waardoor de LED-spots dan beginnen te knipperen. Met een GU10-armatuur heb je geen adapter dus ook minder problemen. Deze armaturen zijn ook spectaculair goedkoper dan een armatuur met adapter. Het verwisselen van GU10 lampjes gaat ook vlotter dan de GU5.3-versie. De GU10-spot geeft ook iets meer licht dan de GU5.3. Al deze bovenstaande redenen maakt voor ons de keuze van een GU10 aangewezen.

Wij hebben alle halogeenspots (zowel op 12V als 230V) vervangen door LED-spots. Per spot kwam dit op €6,5, maar je hebt dan koud (veilig) licht, een spotje dat slechts 1W verbruikt en licht opbrengt wat hetzelfde is als een 35W halogeenspot. Het licht is witter en meer gebundeld dan een halogeenspot, maar je kunt het licht laten verspreiden door het te reflecteren op deuren, witte radiatoren enz. Een LED-spot mag soms worden gedimd, het aan en uitschakelen heeft geen negatieve invloed op de spot, alle elektriciteit wordt omgezet in zichtbaar licht (super hoog rendement) en de levensduur is hierdoor fenomenaal.

Hier volgt de gemiddelde levensduur van de lampen (afhankelijk van de producent!):
Gloeilamp heeft gemiddeld 1000 branduren
Halogeen heeft meestal 6000 branduren
TL lamp is gewoonlijk 20.000 uren
Spaarlamp is gemiddeld 20.000 uren (is een TL-lamp in bochten gebogen)
LED-licht is gemiddeld 50.000 tot zelfs 250.000 uren!!!
Het is dus zeker zinvol om alle warmtestralers (gloeilampen, halogeenlampen enz) te vermijden en te vervangen.
Hou het bij lichtstralers (TL-lampen, spaarlampen en zeker LED-verlichting).

Voor extra sfeer in huis kan je kiezen voor een RGB-LED. Dit is een speciaal armatuur (zoals een glazen bol) waarin verschillende gekleurde LED’s samen een kleurpallet produceren. Het belangrijkste doel van deze verlichting is sfeerlicht. Zo kan je een kleur kiezen volgens het interieur, je gemoed etc. Deze LED-verlichting verbruikt 9W en in stand-by is het verbruik niet meetbaar. De afstandsbediening maakt het mogelijk om de verlichting op afstand te dimmen, van kleur te veranderen en aan en uit te schakelen. De afstandsbediening doet een beetje denken aan een I-pod.
 
Kleurtemperatuur:
De temperatuur van licht (kleurtemperatuur) wordt uitgedrukt in K (Kelvin). Hoe lager de kleurtemperatuur, des te meer het kleur naar ROOD gaat. Hoe hoger de kleurtemperatuur (meer K), des te witter (zelfs naar het blauw) de kleur zal gaan. Een hoge K voor kleurtemperatuur is een koele kleur, een lage K is een warm kleur.
Als referentie volgen enkele waarden:
  • Zonsopkomst of ondergaan: 2000K
  • gloeilamp / spaarlamp: 2700K
  • halogeenlamp 500W: 3200K
  • een uur na zonsopgang: 3500K
  • daglicht 12 uur ’s middags: 5400K
  • heldere blauwe hemel: 9600K
Kleurweergave index (CRI)
We gaan de lichtkleur niet enkel ervaren door de kleurtemperatuur, maar ook de kleurweergave speelt een rol. De kleurdichtheid of kleurweergave geeft aan hoe dicht de kleuren die door de lamp beschenen worden “echt” zijn ten opzichte van natuurlijk zonlicht. De exacte kleurweergave wordt vaak vermeld in Ra. Een Ra-waarde tussen 90 en 100 is zeer goed. We gaan zorgen voor verlichting met deze kleurweergave als we een correcte kleurbeoordeling nodig hebben.
Een Ra-waarde tussen 80 en 90 is nog steeds goed, maar al minder dan het voorgaande. Hoe lager het getal, des te meer de zichtbare kleuren van het beschenen voorwerp afwijken van de werkelijke kleuren.
Het kan dus best zijn dat je met een donkergroene trui naar huis gaat, terwijl je denkt dat het een donkerbruine is, als de belichting in de klerenzaak geen goede Ra-waarde heeft.
Op sommige verpakkingen van verlichting staat een combinatiegetal van kleurtemperatuur en kleurweergave.
Een code 830 staat voor het volgende:
  • 30 symboliseert een kleurtemperatuur van 3000K (warm geel)
  • 8 symboliseert een Ra=80
Een lamp met een code 950 wil dus zeggen:
  • 50 staat voor kleurtemperatuur 5000K (koud wit)
  • 9 staat voor Ra=90
De lamp met de code 930 zal dus fel wit licht produceren met een zeer goede kleurweergave. Deze verlichting kan je bijvoorbeeld gebruiken in een kledingzaak. Voor een salon of een gezellig restaurant is 930 niet geschikt. Dan kiezen we eerder een code zoals 830.
De combinatie van beide getallen wordt vooral gebruikt bij TL-lampen en in mindere mate bij spaarlampen.
 
Kunnen we verlichting gebruiken als verwarming?
Zoals we reeds vertellen zijn we van mening (en niet alleen wijzelf) dat verlichting niet is gemaakt om je woning mee te verwarmen. Kies dus zoveel mogelijk voor een lichtstraler (spaarlamp, TL-lamp of LED) in plaats van een warmtestraler (Gloeilamp, halogeen,…) We geven hiervoor 21 belangrijke redenen:
  1. Veiligheid. Hete verlichting is gevaarlijk. Ten eerste kan je met deze verlichting zelf in contact komen en je lelijk verbranden.  Met onze huidige LED-spots hebben we dit probleem opgelost. Lichtjes fascineren gewoon en ze willen dat aanraken. Trouwens, radiatoren op lage temperatuur zijn zelfs ongevaarlijk voor kinderen. Enkel een pelletkachel of houtkachel kunnen brandwonden veroorzaken, maar kinderen houden daar van nature afstand van.
  2. Brandgevaar. Elektriciteit is in het algemeen de belangrijkste oorzaak van woningbrand. Oude TV’s die imploderen, halogeenspots die in verkeerde plafonds zijn gemonteerd, waar de warmte niet weg kan, teveel stroom in een lichtkring (die slechts is afgewerkt met 1,5mm² bedrading) etc. De cijfers zijn hierover meer dan gekend. Een warmde radiator gaat dit probleem niet veroorzaken. Kachels zijn ook zeer zelden de oorzaak van brand.
  3. Warme verlichting die zich vaak kort tegen het plafond bevindt is verre van rendabel. Warmte wordt best geproduceerd tegen een muur of op de grond, aangezien warmte opstijgt. Vandaar ook het nut van muurverwarming of vloerverwarming. Hete lampen tegen het plafond gaan het gevoel in huis niet verbeteren. Niemand heeft iets aan een verwarmd plafond. Al ooit van plafondverwarming gehoord? Enkel IR-platen die naar beneden stralen, maar dat is hiervoor speciaal ontworpen, met enkel IR-licht (Infra-Rood) en geen zichtbaar licht.
  4. In de zomer heb je nog altijd verlichting nodig. De meeste mensen gaan niet slapen als het donker wordt. Dit was 100 jaar geleden misschien het geval, maar de tijden zijn veranderd. Dus verlichting tijdens een hete zomer is nog altijd noodzakelijk. Maar warmtestralers (gloeilampen en halogeenspots) geven aanleiding tot oververhitting in de zomer, aangezien je woning dan nodeloos gaat opwarmen. Is het dan misschien de bedoeling dat we een airco aanschaffen om de overtollige warmte (geproduceerd met lampen) af te voeren? Nog meer energie. Klinkt niet echt als een passiefhuis als je het mij vraagt.
  5. Elektrisch verwarmen is het minst rendabel van alle verwarmingsvormen. Je hebt de meeste verliezen, zeker als je ook de weg van de centrale volgt tot in je woning. Warmtestralers zijn op hun beurt nog eens minder efficiënt.
  6. Snel verlichten in een koele kelder of in een gang is dus ook verwarmen, terwijl je met die warmte niets doet.
  7. De levensduur van een warmtestraler is absurd laag. Door het feit dat je een warmtestraler vele malen meer moet vervangen dan een lichtstraler, is het op lange termijn ook duurder dan een lichtstraler.
  8. De vorm van een lamp is slecht om de warmte goed te verspreiden in de woning. Je gaat plaatsen krijgen in een kamer (vlak onder de lamp bijvoorbeeld) die warmer zijn dan de rest van de kamer. Radiatoren en zelfs kachels zijn voorzien van speciale inwendige ribben (vinnen) om beter de warmte te verspreiden.
  9. Warmtestralers, zoals gloeilampen, zenden niet alleen zichtbaar licht uit alsook warmte, maar ook UV en IR. Dit is puur verlies, aangezien je met bijvoorbeeld UV niets gaat aanvangen. De LED scoort hier het best, aangezien ze enkel zuiver zichtbaar licht produceert.
  10. Een passiefhuis moet duurzaam worden verwarmd zoals een zonnecollector, grote glaspartijen op het zuiden, WKK en eventueel CO2 neutrale pellets alsook lichaamswarmte, NIET met gloeilampen.
  11. Spaarlampen zijn niet geschikt voor buiten, aangezien ze niet goed reageren op vrieskou. LED heeft hier geen last van.
  12. Slaapkamers hebben ook verlichting nodig, maar minder verwarming. Terwijl een temperatuur van de woonruimte bijvoorbeeld 22°C bedraagt, volstaat een temperatuur van 18°C voor de slaapkamers. Vaak slapen de mensen ook met een open venster of een venster op kipstand (zoals wij). Die warmte van de lampen gaat dan rechtstreeks verloren.
  13. Vanuit klimaatoogpunt is verlichting slecht, zeker als verwarming. Zoiets kan nooit op tegen WKK, een zonnecollector, of een pelletkachel.
  14. Dimmen is enkel goed te regelen met een warmtestraler, maar 50% dimmen is niet noodzakelijk 50% besparen op elektrische energie.
  15. Elektriciteit (en dus zeker verlichting) is duurder dan bijvoorbeeld aardgas. Voor elke m³ aardgas, betaal je er feitelijk 2m³, maar elektriciteit is op factuur 3x duurder dan het tarief. Bovendien heb je ook nog dag en nachttarief, waarbij dagtarief dubbel zo duur is als nachttarief. In de winter wordt het al donker vanaf 18u en soms vroeger. En wat moeten we dan doen? Alle lampen laten branden om onze woning te verwarmen? En maar dure dagtarief (tot 21u) verbruiken? Dit is dus pakken duurder dan aardgas of pellets.
  16. Mensen vergeten vaak om lichten uit te doen, dit is een feit. Al deze nodeloze energie kan dan tenminste worden beperkt als we lichtstralers gebruiken, vooral in de ruimten waar we maar eventjes aanwezig zijn (kelder, gang, etc). Een LED schakelt snel aan en uit en heeft geen last van vaak schakelen of temperatuur.
  17. LED verlichting is veel robuuster voor buiten dan een warmtestraler. Van -40°C tot 100°C is voor een LED een koud kunstje. Vraag maar de specificaties op bij bijvoorbeeld OSRAM.
  18. Mits correcte recyclage is er minder afval met spaarlampen. 7 gloeilampen geven meer afval dan 1 spaarlamp. Soms is de verhouding 15 gloeilampen tegenover 1 spaarlamp (zeker bij de betere spaarlampen). De kwik in spaarlampen is perfect te recycleren. Een LED-lamp kan zelfs 200 gloeilampen (en meer) vervangen. Het hoeft dan eigenlijk ook niet meer gezegd dat deze lampen nog beter zijn voor het milieu. Ze bevatten ook geen kwik.
  19. Wat met straatverlichting? Deze natriumdamplampen produceren veel warmte, waarbij de vloeibare natrium wordt omgezet in een gas. Hierdoor verandert het licht roze kleur naar het typische gele straatlicht. Ik wil niet beginnen berekenen wat dit voor een warmte-energie is die verloren gaat, maar het is een pak! Hetzelfde kan je zeggen voor voetbalstadions (met kwikdamplampen), tv-studio’s etc.
  20. Wat ga je doen als het een donkere winterdag is en er niet genoeg zon binnenvalt om de woning passief te verwarmen, maar wel voldoende licht is om niet te moeten verlichten? Toch alle lichten aansteken? Dan toch maar liever klassiek verwarmen. Met de huidige zonnige winterdagen is een goed geïsoleerde woning (minstens laag-energie-woning) voldoende warm te krijgen zonder extra verwarming. Vanaf maart-april (afhankelijk van klimatologische omstandigheden) gaat hier de verwarming uit tot oktober-november (weeral weersafhankelijk).
  21. En dan tot slot. Een pelletkachel is toch een pak gezelliger dan een gloeilamp, niet? Wie gaat er nu tegen een gloeilamp aankruipen in hartje winter? Bovendien is er sprake van om de klassieke gloeilamp voorgoed te verbannen. Er zijn trouwens landen (zoals Australië) die dit hebben ingevoerd. Goed zo, als je het ons vraagt.
TIPS:
  1. Zorg ervoor dat je, bij het gebruik van 12V-LED’s, gebruik maakt van gewikkelde transformatoren en geen digitale. Anders kan het zijn dat deze verlichting na een tijdje begint te flikkeren of helemaal niet aan de praat te krijgen is. Ben je op zoek naar een nieuw armatuur, kies dan voor eentje op 230V. Er bestaan eveneens 230V-LED’s. Deze zijn niet duurder, maar leveren wel meer licht. Bovendien zijn de armaturen zonder transformator goedkoper in aanschaf.
  2. Indien je meestal gebruik maakt van een dimmer, wil dit zeggen dat je te sterke lampen hebt gekozen. 30% Dimmen wil niet noodzakelijk zeggen dat je 30% gaat besparen. Koop lampen met een lager vermogen en dus ook een iets lagere lichtopbrengst. Opgelet, niet alle LED -of spaarlampen mag je dimmen. Lees aandachtig na op de verpakking.
  3. Opgelet; Spaarlampen en TL-lampen zijn niet “tuk” op strenge vorst. Je kunt spaarlampen gebruiken als verlichting in de grond (in de grond ingebouwde spots), maar je kunt beter gebruik maken van andere type lampen, zoals powerLED of in het slechtste geval halogeenspots.
  4. Kies bij halogeenspots (voor buiten) wel voor types met glazen koelvinnen en niet de wit-keramische voeten. Deze laatste zijn gevoelig voor vocht en vorst en zijn gebarsten na elke winter. Keramische voeten zijn enkel geschikt voor binnenshuis.
  5. Nachtlichtjes kunnen handig zijn om in de donker toch je weg te vinden naar het toilet, zonder speciaal sterke lichten te moeten aansteken. Je slaapritme wordt minder onderbroken en je verbruikt minder stroom. Je kiest best voor LED-nachtlichtjes met sensor. Deze schakelen zich overdag automatisch uit en werken alleen in het donker. Bovendien verbruikt zulk LED-lichtje minder dan 0,5W per uur.
  6. De goedkoopste besparing is het uitschakelen van verlichting. Laat geen lampen branden in ruimten waar niemand aanwezig is. Je kunt wel een spaarlamp of TL-lamp laten branden, indien er binnen de 5 minuten terug iemand in de ruimte zal zijn. Spaarlampen en TL-lampen houden er namelijk niet van om vaak aan en uitgeschakeld te worden. In een hal of ander vertrek, waar de verlichting slechts tijdelijk wordt gebruikt, kan je beter werken met LED-verlichting of halogeen. LED krijgt natuurlijk de voorkeur, aangezien het tussen de 30 tot 50 keer minder verbruikt.
  7. Kies voor heldere kleuren in je woning, waardoor het licht in de woning zal weerkaatsen. Hierdoor is er ook minder behoefte aan veel licht. Een extra spiegel kan eveneens licht reflecteren en zo het gevoel creëren dat er meerdere lampen branden. Tot slot kan je ook de spots richten op witte voorwerpen, zoals witte staande radiatoren, waardoor deze ook het licht weerkaatsen.
  8. Een spaarlamp is interessant om een klassieke gloeilamp te vervangen, een LED-lamp is interessanter om een halogeenlamp te vervangen. Niet alleen zijn deze lampen zuiniger, ze worden ook niet of nauwelijks warm (het zijn lichtstralers). Hierdoor is er ook een veel kleiner risico op brand of brandwonden bij aanraking.
  9. Vervang overal de warmtestralers, ook op plaatsen waar je in eerste instantie niet aan denkt, zoals de dampkap, in de motor van de garagepoort, in de koelkast enz.
  10. Opgelet met spaarlampen en TL-lampen. Deze lampen moeten als ze versleten zijn naar het containerpark en bij het KGA (Klein Gevaarlijk Afval) worden gedaan. Deze lampen bevatten namelijk een kleine hoeveelheid kwik. Bij gewoon gebruik is hier geen enkel risico, maar bij breuk of recyclage dient hiermee rekening te worden gehouden. Bij breuk moet je ook 5 minuten de kamer verlaten en gelijktijdig goed ventileren, om de kwikdampen te laten ontsnappen.
  11. Indien je onbeschermde halogeenlampjes moet monteren (zonder spot), mag je deze lampjes nooit met je vingers aanraken. Door het vet op je vingers, gaat deze aangeraakte plaats anders uitzetten dan de zuivere ruimte. Hierdoor ontstaan er spanningen en barstjes, waardoor de lampjes springen. Kuis in dat geval de lampjes eerst af met een vluchtige vloeistof (bijvoorbeeld alcohol), liefst een ontvetter.
  12. Laat de Kerstverlichting alleen branden als het echt nodig is, dus enkel in het donker. Overdag heeft dit geen enkele zin. Je ziet het licht toch nauwelijks en het verbruikt het dure dagtarief. Je kunt beter LED-Kerstverlichting aanschaffen. Je hebt minder kans op huisbrand of brandwonden en het verbruik ligt gemiddeld 15x lager dan klassieke Kerstverliching. LED-verlichting gaat ook langer mee en kan elektronisch worden gestuurd om verschillende knipperpatronen te starten.
  13. Wil je speciale sfeerverlichting in huis, dan kan je opteren voor moderne powerLED (of RGB-LED), waarbij er miljoenen kleurencombinaties mogelijk zijn. Deze verlichting wordt vaak geleverd met een afstandsbediening en een speciaal glazen armatuur. Deze verlichting is wel prijzig, ongeveer €150.
  14. Hou rekening met de kleurtemperatuur van een lamp vooraleer je naar de winkel gaat. Op de verpakking staat duidelijk welk soort licht je mag verwachten.
  15. Dimmen van een LED-verlichting is mogelijk, maar dit moet elektronisch gebeuren. Werk je nog met een traditionele dimmer, dan kan het zijn dat de LED-verlichting hierop niet gaat reageren.